Antwoord aan Minister van Landsverdediging – Steven Vandeput

Geachte heer minister,

Uw e-post van 14 september 2017, als antwoord op ons verzoek tot onderhoud van 12 september 2017, hebben we besproken tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van het OVV van 18 september 2017.

De inhoud van uw bericht heeft ons verwonderd en diep ontgoocheld. Het Algemeen Bestuur kan uw argumenten, alsook de verantwoording ervan, voor volledige verengelsing van de masteropleiding aan de Koninklijke Militaire School niet aanvaarden.

Wij betwisten geenszins de noodzaak van een grondige kennis van de Engelse taal voor onze officieren. Wij zijn er ons van bewust dat Vlaamse officieren, meer dan vroeger, moeten kunnen optreden in internationaal verband met het Engels als voertaal.

Om de kennis van het Engels bij toekomstige officieren te verbeteren kan het nuttig zijn de cursussen Engels aan te passen en/of het aantal ervan te verhogen. Om de praktische kennis van het Engels te verbeteren kan het nuttig zijn een aantal oefensessies in het Engels te geven. Dat kan en mag echter geen reden of excuus zijn om de volledige masteropleiding aan de Koninklijke Militaire School in het Engels te geven.

De eerste en voornaamste taak van Vlaamse officieren is leidinggevend aan Vlaamse onderofficieren en soldaten. Zolang dit gebeurt in Belgisch staatsverband moeten de officieren een gelijkwaardige leiding kunnen geven in het Nederlands en in het Frans hetgeen een grondige kennis van de beide landstalen veronderstelt. Aan deze bekommernis komt u tegemoet door in de bachelor opleiding verplicht in beide landstalen te onderwijzen.

Het enige argument voor verengelsing dat wij niet kunnen weerleggen is het financiële aspect. We kunnen niet ontkennen dat het vervangen van de Nederlandstalige en Franstalige opleiding door een eengemaakte Engelstalige opleiding een besparing kan opleveren. Wij vinden het zeer spijtig en betreurenswaardig dat deze regering met een Vlaamse federale minister van Landsverdediging, lid van een Vlaams-nationale partij, een van de voornaamste verworvenheden van honderd jaar Vlaamse strijd heeft prijsgegeven louter om financiële redenen.

Zoals u bekend is werd in 1830 het volledige hoger onderwijs verfranst en het heeft tot 1930 geduurd voor dat wij een volledig aanbod van hoger onderwijs in het Nederlands konden afdwingen. Dat dit wordt teruggedraaid om een relatief kleine besparing te realiseren, is voor ons onbegrijpelijk en onaanvaardbaar.

Dankzij de inspanningen, gedurende meer dan anderhalve eeuw door de Vlaamse Beweging, is de verfransing van Vlaanderen grotendeels ingedijkt. Nu is er een reëel gevaar voor verengelsing van de Nederlanden, zowel Noord-Nederland als Vlaanderen. Door niet langer hoger onderwijs in alle takken van de wetenschap te geven in het Nederlands bestaat er een reëel gevaar dat binnen afzienbare tijd het Nederlands niet langer bruikbaar zal zijn als wetenschappelijke taal. Die evolutie zal nog versnellen door het te verwachten cascade-effect op het taalgebruik in het middelbaar onderwijs.

Andere argumenten om het Nederlands te behouden zijn: de kwaliteit van de kennisoverdracht in de eigen taal en het vermijden van een drempelverhoging voor kansarme jongeren bij overschakeling naar het Engels.

Wij blijven er dan ook van uitgaan dat u uw bevoegdheid als minister van Landsverdediging zult gebruiken om het Engels aan de Koninklijke Militaire School te beperken tot wat noodzakelijk is om de toekomstige officieren een grondige kennis van de Engelse taal aan te leren, zonder daarbij de grondige kennis van het Nederlands te verwaarlozen.

Deze brief wordt voor kennisgeving doorgestuurd aan de heren Bart DE WEVER, lid van de Kamer en Koen DANIELS, Vlaams volksvertegenwoordiger.

Met gans bijzondere hoogachting,

Namen het Algemeen Bestuur van het OVV
Willy DE WAELE
Voorzitter

2017-10-08T19:15:01+00:00 8 oktober 2017|Opinie, OVV|