Opinie: Contingentering artsen en tandartsen

Onze voorzitter, Willy De Waele, kroop in zijn spreekwoordelijke pen en schreef dit stuk aangaande de contingentering van artsen en tandartsen:

10.000den Vlaamse studenten arts en tandarts geofferd op het unitaire Belgische altaar.

Een versnippering van bevoegdheden leidt tot bedrog, vals spelen en discriminatie.

In uitvoering van een overeenkomst van 1997 om de uitgaven inzake gezondheidszorg te beheersen, ook de door de Franstaligen goedgekeurd, organiseert de Vlaamse Gemeenschap sindsdien een toelatingsexamen. Deze overeenkomst beperkt het aantal studenten voor de opleiding arts of tandarts en wordt het aantal afgestudeerden op het aantal beschikbare Riziv-nummers afgestemd (contingentering).

Sinds 1997 werden duizenden Vlaamse studenten studies geneeskunde door de toelatingsproef tegengehouden. De Franse Gemeenschap daarentegen organiseert helemaal geen toelatingsproef, en blijft simpelweg  zelfs toekomstige Riziv-nummers toekennen. Deze voorafname op de buiten de jaarlijks toegekend quota wordt door de Franstaligen beeldrijk “le système de lissage” genoemd. Dit terwijl er in de Franse Gemeenschap, in verhouding tot de bevolking, nu reeds meer dan 29% meer artsen zijn dan in Vlaanderen.

Dientengevolge zijn er in 2018 meer dan 1.000 RIZIV nummers (Het RIZIV-nummer is een federaal identificatienummer voor zorgverleners dat onder meer het contingent studenten bepaalt dat de studie geneeskunde mag aanvatten) in overtal aan de Franstalige afgestudeerden toegekend worden. Tijdens dezelfde periode werd aan duizenden Vlamingen het recht ontzegt de studies geneeskunde aan te vatten omdat zij niet slaagden in de toelatingsproef.

Tijdens de vergadering van de Commissie voor Volksgezondheid van dinsdag 28 juni 2016 laat Maggie DE BLOCK optekenen, ik citeer:

We weten dat de contingentering of de planning van het medisch aanbod noodzakelijk is om de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg te kunnen blijven garanderen.

Feit is dat de lissage voor de periode 2008-2018 geleid heeft tot een systematisch overtal van gediplomeerde artsen aan de Franstalige faculteiten tijdens de vorige jaren. Oorspronkelijk zou er een positieve en een negatieve lissage mogelijk zijn, maar dat is in de feiten alleen een positieve lissage geweest. De quota voor de Franse Gemeenschap tot en met 2018 zullen dus opgebruikt zijn.

Voor een aantal Franstalige studenten die promoveren in 2017 en voor alle Franstalige studenten die promoveren in 2018 zijn er, met andere woorden, geen opleidingsattesten meer over. In 2019 en 2020 zijn er niet meer attesten beschikbaar dan voorzien door het quotum voor die jaren.

De nadelige effecten van deze “lissage” zullen over een periode van 15 jaar worden weggewerkt, startend in 2023.

Door de opeenvolgende staatsmishervormingen is de bevoegdheid om het aantal artsen te beperken versnipperd: de federale overheid betaalt de kosten (Vlaanderen) van de gezondheidszorg terwijl de gemeenschappen (universiteiten)bevoegd zijn voor de opleiding van artsen.

De federale regeerverklaring van 9 oktober 2014 zoals weergegeven op de blz. 2 en 3 stelt nochtans duidelijk:

De partners van de federale regeringsmeerderheid zijn van mening dat de verschillende bestuursniveaus die de zesde staatshervorming in werking moeten laten treden, zich moeten laten inspireren door institutionele stabiliteit en verantwoordelijkheidszin.

De overdracht van bevoegdheden die aan de gang is en de wil om het socio- economisch herstel te doen slagen, leggen loyaliteit, goede trouw en efficiënte samenwerking op tussen de verschillende bestuursniveaus.

De wil om sociaaleconomisch herstel te realiseren, vereist verantwoordelijkheidszin van iedere partner, wederzijdse loyaliteit en sereen overleg.

Verantwoordelijkheidszin en wederzijdse loyauteit zijn langs Franstalige kant begrippen die enkel van toepassing zijn als het hen goed uitkomt.

Zelfs artikel 143 van de grondwet wordt als ballast opzij geschoven:

Met het oog op het vermijden van de belangenconflicten, nemen de federale Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden, de federale loyauteit in acht.

In de loop van de maand september 2018 heeft de Franse Gemeenschap, met 21 jaar vertraging, eindelijk een toelatingsproef voor artsen en tandartsen georganiseerd. Na deliberatie werden 1.138 studenten toegelaten de studies van arts en tandarts aan te vatten, terwijl de Franse Gemeenschap maar aanspraak kan maken op 505 RIZIV nummers.

Deze beslissing van de Franse Gemeenschap veegt de vloer aan met artikel 5 van de wet van 22 maart 2018 (Staatsblad 29 maart 2018), ik citeer:

  Art. 5. In hoofdstuk 8, afdeling 2, van dezelfde wet, wordt een artikel 92/1 ingevoegd, luidende:

  “Art. 92/1. § 1. Het overschot aan de in artikel 92, § 1, 1°, bedoelde kandidaten ten opzichte van de maximale aantallen voor de periode 2004-2021 wordt vastgesteld op 1531. Het overschot situeert zich in de Franse Gemeenschap en betreft de periode 2004-2021.

Dit overschot wordt vanaf 2024 jaarlijks in mindering gebracht van de toekomstige quota en dit tot het overschot is weggewerkt. Het aantal dat jaarlijks in mindering wordt gebracht is gelijk aan het verschil tussen het toekomstige quotum voor een bepaald jaar en een vast aantal van 505.

Gezien de Franse Gemeenschap meer studenten toelaat dan wettelijk voorzien wordt, is het wegwerken van het overschot totaal onmogelijk. De federale minister van Volksgezondheid zit er bij en kijkt ernaar en, is als gevolg van de diverse staatsmisvormingen, ook door de liberalen goedgekeurd, niet bevoegd om in te grijpen en de Franse Gemeenschap tot de orde te roepen. De Franse Gemeenschap bepaalt, Vlaanderen betaalt.

Het wordt dan meteen duidelijk waarom de PS voorzitter DI RUPO, tijdens zijn recente Nieuwjaarsreceptie, zijn veto stelt tegen toekennen van de kredieten van Sociale Zekerheid aan de gemeenschappen.

Kan het duidelijker; Wallonië kan zich alleen overeind houden met de geldstromen uit Vlaanderen (jaarlijks 10 miljard €) en de Europese Unie (12 miljard €).

De miljarden kredieten toegekend (één van de oorzaken van de federale staatsschuld), om de noodzakelijke hervormingen na het sluiten van de kolen- en staalindustrie te financieren, werden door de PS opgesoupeerd om het zijn cliëntelisme te financieren. De ultieme bestaansreden van de PS.

De Waalse emeritus professor aan de Luikse universiteit, Jules GAZON, stelt onomwonden, ik citeer:

De Waalse politieke leiders, inzonderheid de P S, hebben helaas geen vat op deze ontwikkeling omdat zij de noodzakelijke financiële en economische beslissingen niet kunnen of niet durven nemen. De P S is zodanig verstrengeld met de macht van het systeem dat de uitvoering van eender welk reddingsplan niet kan lukken omdat het bestaan van de P S zelf er door bedreigd wordt.

Het resultaat van deze onvoorwaardelijke Vlaamse solidariteit is DESASTREUS voor Wallonië en heeft ganse bevolkingsgroepen tot onzekere uitkeringsverslaafden veroordeeld.

Hoelang gaan “Vlaamse” politieke formaties nog instemmen met deze financiële roof die Vlaanderen onherroepelijk verarmt.

Herfederaliseren van deze bevoegdheden is evenmin een oplossing zolang de Franstalige minderheid beschermd wordt door het 4de artikel (een meerderheid in elke taalgroep) van de grondwet, de belangenconflict- en alarmbelprocedures.

Met de collaboratie van “Vlaamse” politieke formaties is sinds 1970 de Vlaamse demografische meerderheid tot een politieke minderheid gedegradeerd. De Vlamingen hebben zich in grondwettelijk Serail laten opsluiten en hebben de sleutels aan de Franstalige minderheid toevertrouwd die er naar believen kan over beschikken.

Aan de meest voor de hand liggende oplossing wordt straal voorbijgegaan: wie bepaalt, betaalt.

Indien de Franse Gemeenschap van oordeel is meer artsen en tandartsen tot de derde betalersregeling toe te laten moet deze ook voor de uitgaven de verantwoordelijkheid opnemen.

Het enige middel om de Franse Gemeenschap er te dwingen is het toekennen van de budgetten van Volksgezondheid aan de gemeenschappen zodat deze financieel verantwoordelijk worden voor de uitvoering van hun beslissingen.

De overdracht van deze financiële middelen kan met een gewone wet en met een gewone meerderheid goedgekeurd worden.

Willy DE WAELE

Voorzitter OVV

 

2019-01-31T10:21:58+00:0015 januari 2019|Geen categorie|