Standpunt sociale zekerheid: een bevoegdheid van Vlaanderen en Wallonië

Uitgangspunten

  1. De sociale zekerheid (SZ) heeft in de loop der jaren een zodanige ontwikkeling gekend, dat de organisatie ervan qua doelstellingen, methoden en financiële middelen één van de voornaamste activiteiten van de overheid is geworden.
  1. De sociale-zekerheidssolidariteit tussen personen binnen één volksgemeenschap mag echter niet verward of vermengd worden met de solidariteit tussen (lid)staten in een confederale of internationale gemeenschap.
  1. Vlaanderen en Wallonië – met reeds zovele opdrachten en bevoegdheden op economisch, cultureel, sociaal en fiscaal gebied en op het vlak van o.m. onderwijs, gezondheidszorg, beroepsopleiding, tewerkstelling e.d. – kunnen niet echt autonoom zijn en kunnen geen coherent beleid voeren zonder ook de SZ en een eigen sociaal overlegmodel onder hun bevoegdheid te hebben. De bindingen tussen SZ en de belangrijkste federale bevoegdheden (algemene buitenlandse politiek, justitie- en defensiebeleid) zijn veel zwakker dan die tussen SZ en de vele andere bevoegdheden van Vlaanderen en Wallonië.

Standpunt

  1. Binnen de Vlaamse gemeenschap en de (deel)staat Vlaanderen is solidariteit tussen alle leden van deze gemeenschap noodzakelijk en vanzelfsprekend. Dat blijkt alvast uit de verregaande uitbouw van een eigen Vlaamse sociale bescherming. Ze vergt uiteraard eigen Vlaams sociaal overleg.
  1. Vlaanderen en Wallonië hebben het recht om die solidariteit via alle deelsectoren van de SZ te organiseren volgens eigen inzichten en bijgevolg met eigen middelen.De te leggen klemtonen in de SZ moeten het resultaat zijn van een breed democratisch en sociaal debat binnen Vlaanderen en binnen Wallonië.
  1. De bevoegdheidsoverdrachten in de zesde staatshervorming, zoals de gezinsbijslagen en een klein deel van de gezondheidszorg, zijn weinig transparant, maken het sociaal beleid nodeloos ingewikkeld en de situatie in Brussel bijna ongrondwettelijk. Volgens de letter en de geest van de grondwet moeten persoonsgebonden materies zoals onderwijs, cultuur, welzijn en bijstand aan personen in Brussel door de Vlaamse en de Franse Gemeenschap uitgeoefend worden. Dat geldt ook voor de SZ. De verantwoordelijkheid voor de gezinsbijslagen werd door deze staatshervorming echter volledig toegewezen aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, waardoor deze persoonsgebonden materie als het ware geregionaliseerd is.
  1. De toewijzing van het sociaal beleid als een globaal bevoegdheidspakket aan Vlaanderen en Wallonië zal leiden tot een grotere efficiëntie in plaats van de huidige verlamming door versnippering van bevoegdheden en middelen tussen centrale staat en deelstaten. De versnippering van het gezondheidsbeleid (en discussie m.b.t. de contingentering) vormt een voorbeeld van deze stelling. Het verband tussen arbeidsbemiddeling tewerkstelling, werkloosheidsbeleid en loonkosten, belastingdruk en SZ-bijdragen is daarvan een tweede voorbeeld.
  1. Vlaanderen en Wallonië mogen niet enkel de bevoegdheid verwerven over de organisatie van de SZ, doch moeten ook verantwoordelijk worden voor de inning en de besteding van de daartoe vereiste financiële middelen. Deze financiële en fiscale verantwoordelijkheid vormen de beste waarborg voor een spaarzaam sociaal beleid. Dit argument wint nog aan kracht door de huidige zware schuldenlast van de Belgische staat.
  1. Het is onaanvaardbaar dat de solidariteit tussen personen, een aangelegenheid van elke volksgemeenschap, vermengd wordt met die tussen (deel)staten en dat er ook op die wijze zeer grote en ondoorzichtige geldtransfers ontstaan tussen Vlaanderen en Wallonië, zowel via het mechanisme van de inkomsten als dat van de uitgaven voor de SZ. Het vaak gehoorde argument dat er vroeger geldstromen bestonden van Wallonië naar Vlaanderen werd duidelijk weerlegd door meerdere studies. Bovendien zijn deze systematische geldtransfers contraproductief gezien zij de prikkel tot responsabilisering in het verwerven van de inkomsten en het bepalen van de uitgaven wegnemen.
  1. Het toekomstige Vlaamse stelsel van SZ en Vlaams overleg dient rekening te houden met de fundamentele sociale beginselen, vastgelegd in de internationale normen die Vlaanderen binden.
  1. Vlaanderen is bereid om met Wallonië te onderhandelen over doorzichtige, objectieve, resultaatgerichte en omkeerbare vormen van solidariteit, zoals die tussen de Länder in Duitsland maar ook tussen lidstaten van de EU bestaan.
  1. De organisatie van de SZ voor de inwoners van Brussel-19 mag geen afbreuk doen aan de tweeledigheid. Niets belet de Vlaamse en Franse Gemeenschap om de nodige akkoorden te sluiten voor het waarborgen van de belangen van de inwoners van Brussel-19.

Besluit

Omwille van de hierboven vermelde redenen moeten de organisatie en de financiering van de sociale zekerheid zo vlug mogelijk onder de verantwoordelijkheid van Vlaanderen en Wallonië gebracht worden.

Het streven van het OVV naar een eigen Vlaamse sociale zekerheid is ook ingegeven door onze bekommernis over de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de sociale zekerheid voor de komende generaties. Zonder communautarisering dreigt de sociale zekerheid niet alleen onbetaalbaar, maar ook asociaal te worden.